de Gavergids 2009 nr. 1 & 2, 2010 nr. 2

BEZIENSWAARDIGHEDEN

Het centrum van Waregem

wandeling door het stadscentrum, van het sportstadion naar de Olmstraat, langs de belangrijkste bezienswaardigheden

Willy DENOULET


route van de stadswandeling

Sportstadion

Het Sportstadion (de vroegere Keukelmeersen) is een drie groene longen van de stad, samen met het Park Baron Casier en het Gaverbeekhippodroom. Deze vlak bij het centrum gelegen onbebouwde ruimte van samen ongeveer 70 hectaren hebben we te danken aan de loop van de Gaverbeek, die in het verleden elke winter buiten haar oevers trad en zorgde voor waterzieke en moerassige gronden. De Gaverbeek heeft tussen Harelbeke en Waregem een zeer klein verval wat de talrijke overstromingen in het verleden verklaart. De toestand is ingrijpend veranderd na de aanleg in de jaren '70 van een rechtstreekse koker tussen de Gaverbeek in Harelbeke en de Leie dwars door het centrum van de stad. Sindsdien stroomt het water van de Gaverbeek in het westelijke deel van Deerlijk richting Harelbeke i.p.v. richting Waregem.

De Keukelmeersen zijn met hun 45 hectaren de grootste van de 3 groene longen. Ze bevinden zich ten zuiden van de Stormestraat en de markt. Het is beslist het deel van de stad dat het meest ingrijpend is veranderd sinds de Tweede Wereldoorlog. De Waregemnaren spreken doorgaans over het 'Stadion' en bedoelen daarmee niet enkel het voetbalstadion maar het hele gebied tussen Zuiderlaan, Stormestraat, Markt en Holstraat. Historisch gezien zijn dit de Keukelmeersen. Dit moerasachtige gebied werd tot begin jaren '50 gebruikt als vuilnisbelt van de gemeente.

De toenmalige burgemeester August Cras en zijn secretaris Antoon Callu broedden op het gedurfde plan om dit waardeloze gebied, zo dicht bij het hart van de gemeente, te saneren en zo te ontsluiten voor andere doeleinden. Na heel wat tegenkanting van leden van de gemeenteraad, die niet geloofden in het opzet, kreeg men het plan er toch door en werden de nodige stappen gezet om de gronden te verwerven.


zicht vanaf het Boothuis richting het centrum anno 1960

Een belangrijk deel van de Keukelmeersen was eigendom van de principaal van het H.-Hartcollege, E.H. Deweer. Deze priester, die intussen Waregem had verlaten om pastoor te worden in Dadizele, stemde uiteindelijk in met de verkoop van zijn gronden aan de gemeente Waregem. De opbrengst ervan werd gedeeltelijk besteed aan de bouw van het kinderpretpark Dadipark in Dadizele. Na voorbereidende grondwerken en het uitgraven van de vijvers, werd in 1953 begonnen met de bouw van het Regenboogstadion.

Intussen had Waregem zich kandidaat gesteld voor de organisatie van het wereldkampioenschap wielrennen op de weg van 1957. Het voetbalstadion was een onderdeel van die plannen. Alleen was er een probleem: men had niet de vereiste laatste rechte lijn van 300 m naar de aankomst. De oplossing werd gevonden door een tijdelijke brug te bouwen over de zuidelijke vijver, in het verlengde van de atletiekpiste naast het voetbalveld. De tijdsdruk was groot om de werken tijdig klaar te krijgen tegen 18 augustus 1957, maar uiteindelijk werd de deadline toch gehaald. Na de koers zou de brug weer worden afgebroken, maar meer dan 50 jaar later is ze er nog steeds. Ze is sinds het wereldkampioenschap nooit meer gebruikt voor sportmanifestaties en doet gewoon dienst als voetgangersbrug, voor joggers, wandelaars en om bij voetbalwedstrijden de bezoekende supporters het stadion binnen te loodsen.

Zoals de ouderen onder ons zich nog herinneren, werd het WK een groot succes voor de Belgen. Op zaterdag won onze landgenoot Louis Proost de wereldtitel bij de liefhebbers en op zondag toonde onze eminente kampioen Rik Van Steenbergen zijn achterwiel aan zijn medevluchters Louison Bobet, Andre Darrigade, Fred De Bruyne en de toen nog jonge Rik Van Looy.In hetzelfde stadion werd de eerste wedstrijd van S.V. Waregem in de hoogste voetbalklasse gespeeld, in 1967, tegen Anderlecht. De toeschouwers zaten op de grond tot tegen de krijtlijnen en waren getuige van een 1-1 gelijk spel met een Waregems doelpunt van Prudent Bettens.

Intussen is er heel wat accommodatie bij gekomen. Wat aanvankelijk een materiaalhok voor het gemeentepersoneel was, werd opgewaardeerd tot restaurant het Boothuis. Enkele jaren geleden werd het pittoreske chalet gesloopt en vervangen door een hypermodern gebouw, dat in de lente van dit jaar zijn deuren opende.


luchtfoto van de vroegere Keukelmeersen, met links onderaan het Regenboogstadion en de brug uit 1957

Intussen waren ook de werken aan het Pand begonnen en werd het cultuurcentrum de Schakel gebouwd. De materniteit en het rusthuis het Ware Heem werden ingeplant aan de oostelijke kant, bij de doorsteek naar de Holstraat. Later kwam residentie Regenboog de skyline beheersen, gevolgd door allerlei sportaccommodatie voor tennis, boogschieten, basket- en volleybal, hengelen, petanque en atletiek.

Vandaag zijn verschillende van die voorzieningen totaal vernieuwd of uitgebreid. De zorgcampus werd recent herbouwd en uitgebreid. Het stedelijk zwembad werd enkele jaren geleden uitgebreid en is nu een van de attractiefste openbare zwembaden van de streek. De tennisvelden werden heraangelegd, en er werd een nieuw speelplein voor de kleinsten gebouwd. Wat er nog staat van de beginperiode zit in de pipeline voor vernieuwing of herbouw, zoals het voetbalstadion zelf en de bibliotheek.

Niemand die vandaag op deze prachtige site kuiert, kan zich nog voorstellen hoe dit gebied er 60 jaar geleden bij lag. De Waregemse bevolking mag zich dan ook gelukkig prijzen dat dit centraal gelegen gebied open ruimte bleef en volledig ten dienste van het algemeen welzijn werd uitgebouwd.


zicht anno 1960 vanaf de huidige rotonde op de plaats waar nu het Jeugdcentrum is

Pand

Al van in de jaren '60 speelden enkele Waregemse bestuurders met het idee van een doorsteek tussen de markt en de keukelmeersen. Het moerassige gebied ten zuiden van de markt werd in de jaren '50 gesaneerd en omgetoverd tot een parkgebied met vijvers en een nieuw voetbalstadion. Na veel tegenkanting en scepticisme werd in 1972 een begin gemaakt van de bouwwerken. Na vijf jaar bouwen kon het visionaire winkelcentrum in 1977 officieel worden ingehuldigd. Nog twintig jaar later waren alle leningen afgelost en werd het Pand eigendom van Waregem.

Het concept van een centralisatie van zoveel mogelijk diensten, zowel op bestuurlijk als op commercieel vlak, is steeds het voorwerp van ver- en bewondering bij bezoekers van heinde en ver. Een opsomming van de diensten:

  • 50 winkelpanden
  • een warenhuis
  • verschillende horecazaken
  • een bioscoopcomplex met 3 zalen
  • het Stadhuis met alle stadsdiensten
  • het Ministerie van Financiën (belastingsdiensten, BTW, kadaster)
  • de Post
  • de Politie (politiezone Mira)
  • alle middenstandsdiensten
  • het cultuurcentrum de Schakel
  • twee pleinen (centraal en achteraan, met schitterend zicht op de stadionvijvers)
  • Woonresidentie Regenboog
  • een ondergrondse parking (want het hele complex staat op palen)

De concentratie van zoveel diensten in het centrum van de stad is uniek. Het niveauverschil tussen de markt en de keukelmeersen werd handig gebruikt voor het creëren van ondergrondse parkeerplaatsen en een schitterende Esplanade. Ook werd een inspanning gedaan om het overwicht van beton te compenseren door het behoud van enkele prachtige oude bomen die vroeger de tuinen van welstellende marktbewoners sierden. Ze werden geïntegreerd in het complex door speciale 'luchtgaten' te voorzien in de straten en pleinen van het winkelcentrum. Het Pand is ook een schakel tussen de gezellige drukte van het marktplein en de rust en sportinfrastructuur van de stadionpark. In enkele stappen is de bezoeker in een andere wereld.

Achter het Pand vinden we cultuurcentrum de Schakel. Op de benedenverdieping is voorlopig nog de populaire bibliotheek gehuisvest, die uit haar voegen aan het barsten is. De nieuwe bibliotheek is gepland op de terreinen van het nog te slopen Het Ware Heem, het voormalige rustoord in de Holstraat.

Markt

Op de markt springt het torentje De Ruyck in het oog, dat zich verheft aan de oostzijde van de kerk. Dit bouwwerk dat in opdracht van Felix De Ruyck werd opgericht dateert uit het midden van de 19de eeuw. De naam 'Felix De Ruyck' komt verschillende keren terug in het verhaal van het historische Waregem. (zie verder bij Park Baron Casier)

Verder is op het marktplein bijna alles nieuwbouw en zijn er weinig historische gebouwen bewaard gebleven, met uitzondering natuurlijk van de middeleeuwse kerk zelf. In 1837 werd de kerk 12 meter verlengd naar het westen. Tot in 1840 was er nog een kerkhof rondom de kerk, maar de groeiende zaterdagmarkt, die al bestaat van in 1784, vergde steeds meer ruimte. Uiteindelijk werd het kerkhof verplaatst naar de Olmstraat, op de plaats waar zich nu de parking bevindt. Het achterste deel van de begraafplaats, tevens het oudste, werd behouden en bevat enkele merkwaardige graven. De nieuwe gemeentelijke begraafplaats bevindt zich nu langs de Deerlijkseweg.

Waar de Amandus- en Blasiuskerk zich bevindt stond in de 2de helft van de 12de eeuw al een stenen kerkje. De 66 m hoge toren werd geklasseerd in 1858. De kerk zelf werd door Duits artilleriegeschut zwaar beschadigd tijdens het eindoffensief in 1918, en daarna in zijn huidige vorm vernieuwd. In de tweede wereldoorlog werden de klokken, zoals in vele parochies, door de Duitsers meegenomen om omgesmolten te worden tot kanonnen, maar gelukkig werden ze in 1945 in Hamburg teruggevonden.

Een recente blikvanger is het paardenmonument dat op 24 augustus 2004 door de serviceclub Fifty-One aan de stad werd geschonken. Het drie meter hoge kunstwerk, van de hand van kunstenaar Jan Desmarets uit Gent, stelt twee verstrengelde paarden voor tijdens de sprong over de Gaverbeek op Waregem Koerse. Het bronzen beeld weegt 1800 kg.

Park Baron Casier

Het domein Casier is de tweede groene long van Waregem. Het domein wordt in het oosten begrensd door de Gaverbeek. De beek zorgde ervoor dat het waterniveau van de centraal gelegen vijvers op peil kon worden gehouden. Dit gebeurde door middel van een windmolentje dat vanuit een afgeleid kanaaltje water in de vijvers overhevelde, mits er voldoende windkracht was. De ronddraaiende beweging van het molenrad werd door een krukas omgezet in een op-en-neer beweging die met een zuiger het water op een hoger niveau bracht. De bouwvallige resten van de pompmolen uit de negentiende eeuw werden door Monumentenzorg in 2002 geklasseerd, en in 2005 prachtig door een Nederlandse firma gerestaureerd - zeg maar volledig herbouwd. Het molentje vormt nu een mooie bezienswaardigheid in het park.


het beschermde en gerestaureerde pompmolentje

Het domein bestond rond 1840 aanvankelijk uit een park met waterpartijen; tot halfweg de negentiende eeuw er in het park een kasteel in neo-classicistische stijl werd gebouwd in opdracht van Felix De Ruyck, die in 1847 was gehuwd met Nathalie Storme, dochter van de toenmalige burgemeester Ferdinand Storme.

Felix De Ruyck werd geboren in Gent in 1818 als zoon van een dienstmeid en een aanvankelijk onbekende vader. Later bleek dit de adellijke Egide Van Larebeke te zijn geweest. Door deze afkomst was Felix rijk geboren en werd later zelfs als onecht kind geaccepteerd in hogere kringen. Hij kreeg zijn opleiding in de school van Ivo Van Robaeys, een jongenspensionaat dat in het kasteel van Potegem was gevestigd.Zijn opvoeding genoot hij bij de vooraanstaande Waregemse familie Storme, waar hij werd opgenomen. Daar vond hij zijn latere echtgenote Nathalie en ook zijn illustere schoonbroer Jules Storme, met wie hij later aan de basis zou liggen van het ontstaan van Waregem Koerse. Het huwelijk met Nathalie Storme bleef kinderloos en na hun dood ging het domein over naar hun nicht Marie-Victorine Storme, de dochter van Jules Storme, die gehuwd was met baron Victor Casier.

De familie Casier, die in Gent woonde, gebruikte het Waregemse domein als zomerresidentie. Vervolgens kwam het eigendom in handen van de oudste zoon Gabriël Casier, die huwde met Germaine de Schietere de Lophem. Hun oudste zoon Jean Casier werd geboren in 1908 en ging op het kasteel in Nokere wonen, maar speelde tot aan zijn dood in 2007 een belangrijke rol in het Waregemse hippische gebeuren.

Het kasteel werd zwaar geteisterd tijdens de beschietingen van Waregem in 1918. Na de Eerste Wereldoorlog werd het hersteld en uitgebreid met een aanbouw naar het zuiden. De paardenstallen aan de noordzijde werden in 1852 gebouwd en uitgebreid in 1904. Het Mariakapelletje aan de Keukeldamstraat werd gebouwd in opdracht van Agnes Casier als dank voor de genezing van haar dochter.


het 19de eeuwse herenhuis van Felix Deruyck met rechts de 20ste eeuwse uitbreiding door de familie Casier

Uiteindelijk werd het domein door de gemeente Waregem aangekocht in 1977 van de familie Casier, en na de nodige aanpassingen opengesteld als publiek park. Het domein Casier is een godsgeschenk voor Waregem, dat in één klap een stadspark kreeg in het hart van de stad. Na bijna 150 jaar privé bezit is het park nu een plaats voor evenementen allerhande maar evenzeer voor rust en ontspanning voor een ruim publiek in een prachtig natuurlijk kader. In het park zijn prachtige, meer dan 150 jaar oude bomen te bewonderen en in de vroegere ijskelder huist een vleermuizenkolonie. De druk bezochte tearoom doet zijn naam De Verpozing alle eer aan. Zeer recent werd de smeedijzeren omheining, intussen ook door Monumentenzorg geklasseerd, volledig gerestaureerd en opgeknapt zowel aan de hoofdingang aan de Stationsstraat als aan de achterzijde van het park aan de Keukeldamstraat.

Olmstraat

Hier klopte het industriële hart van Waregem voor en na de eeuwwisseling van de 19de en 20ste eeuw, dankzij de directe aansluiting met de loskaai, het toenmalige rangeerstation en de gemakkelijke bevoorrading van de fabrieken. Dit waren vooral textielfabrieken die zorgden voor heel wat tewerkstelling voor de Waregemnaren.

Er was de firma Gernaye-Delbeque, die eerst in de Stationsstraat was gevestigd maar later uitbreidde naar de Olmstraat waar dan ook de hoofdingang kwam. De activiteit bestond vooral uit het weven van zeilen (bachen) van jute of hennep.

Naast Gernaye bevond zich de weverij Du Faux waar vooral kledingstoffen werden geweven. Waar zich nu de Aldi bevindt, was nog een weverij, namelijk de firma Debrabandere. Aan dezelfde noordelijke straatzijde en waar nu gebouwen van het H.-Hartcollege staan, was de firma Vindevogel gevestigd. Dit was een vlasspinnerij met aansluitend een weverij. De werkmanshuisjes aan de overzijde van de straat hoorden bij de fabriek Vindevogel en werden gebouwd voor de werknemers. Het machinekamergebouw staat nog overeind en werd door het H.-Hartcollege na aanpassingswerken geïntegreerd in het complex.


de arbeidershuisjes van de firma Vindevogel

Aan de andere zijde van de Olmstraat, waar nu de Colruyt is gevestigd, bevond zich de beruchte loodwitfabriek van De Craene, in de volksmond 'het loodkot' genaamd. Het was een zeer ongezonde werkplaats door de permanente aanwezigheid van lood.

Op de hoek van de Zeswegenstraat en de Olmstraat was het terrein van Emile Libbrecht, die in bouwmaterialen handelde maar ook diverse andere activiteiten uitoefende. Ook de Waregemse elektriciteitscentrale was op dit terrein geïntegreerd. Ze werd gebouwd in 1895 toen nog slechts enkele steden en gemeenten een elektriciteitsvoorziening hadden. Waregem behoorde daarmee tot de pioniers van de openbare elektriciteit in West-Vlaanderen. Enkel Oostende, Avelgem en Waregem hadden in die beginjaren een elektrische centrale. De firma droeg verschillende namen:

  • Elektriciteitsmaatschappij Lebbe & Co.
  • Lebbe - Gernaey en Co.
  • La Societé Electrique de Waereghem

De centrale produceerde een vermogen van 60 pk gelijkstroom van 100 volt. Het was de bedoeling om elektriciteit te verkopen voor onder meer de openbare verlichting van de gemeente. Toch werd Waregem niet meteen een lichtstad want het ganse verlichtingsnet bestond uit amper 50 lampen voor de verlichting van de Stationsstraat, Olmstraat, Kortrijkstraat, Holstraat en Keukeldam samen. Voor de markt werden twee grote booglampen voorzien. Het contract voorzag ook dat de maatschappij kon beslissen om de lampen te doven bij heldere maneschijn. Nog nooit heeft de maan zo helder geschenen als in die dagen.

Deze centrale produceerde slechts 18 jaar stroom want in 1913 werden de activiteiten overgedragen aan de Electricité de l'Ouest de la Belgique die inmiddels een nieuwe centrale had gebouwd in Zwevegem en die de concessie van de Waregemse maatschappij had overgenomen.

In 2000 werd op deze plaats gestart met het herwaarderingsproject 'den Olm', waarbij na het slopen van de vervallen site een heel nieuwe open woonzone werd gecreëerd. Hierdoor werd de lelijke toegangsweg naar het centrum in 2002 herschapen tot de mooiste. Drie instanties namen het initiatief voor het herwaarderingsproject:

  • de sociale huisvestingsmaatschappij Helpt Elkander
  • de West-Vlaamse Intercommunale (WVI)
  • de stad Waregem


links de rode verkaveling 'den Olm' van Helpt Elkander, rechts de witte huizen van de West-Vlaamse Intercommunale

Er zijn in totaal 86 woongelegenheden waarvan 48 huurwoningen, 19 koopwoningen en 19 koopappartementen. Het project kon wegens het sociale karakter rekenen op heel wat subsidies van de Vlaamse overheid: 37 % voor de grondverwerving, 70 % voor de bouwwerken en 100 % voor de infrastructuurwerken.

Door de diversiteit van de types woningen, worden verschillende sociale klassen en leeftijden aangetrokken, wat de sociale mix van de buurt bevordert. Een paar woongelegenheden zijn zelfs uitgerust voor minder mobiele bewoners in het kader van het PAB (persoonlijk assistent budget). Een Waregems graficus ontwierp het gevelpaneel van den Olm.

De parking rechts aan het kruispunt met de Processiestraat ligt op de plaats van het vroegere kerkhof. In 1853 werd de ruimte op de markt te klein en werden de eerste doden aan de Olm begraven. Pas in 1895 verdween het kerkhof op de markt volledig. Maar ook de Olm bleek een tijdelijke oplossing te zijn, want in de jaren '60 van de 20ste eeuw werd bij gebrek aan parkeerruimte een nieuwe begraafplaats ingericht aan de Deerlijkse weg. Het recentste deel van begraafplaats de Olm moest plaats ruimen voor koning auto.

De oude begraafplaats bleef gelukkig behouden en hier zijn nog enkele gedenkstenen van bekende Waregemnaren te zien, zoals die van Isabelle Maria Brugge, de oprichtster van Belle Maries kapelle, en het grafmonument van de familie Storme.

Voorbij de Processiestraat komen we aan het voormalige Patersklooster, dat na een grondige renovatie de Stedelijke Kunstacademie is geworden. Tot 25 jaar geleden was er in de gebouwen een klooster voor paters Oblaten en een gerenommeerde humanioraschool, met uitsluitend leerlingen Grieks-Latijn. De lessen werden gegeven door paters en leken. In 1983 werd de internaatafdeling overgenomen door het H.-Hartcollege en verhuisden de overgebleven paters naar een kleiner, moderner gebouw in de Processiestraat. In 1997 werden de gebouwen van de Oblaten aangekocht door de gemeente. De renovatiewerken duurden zes jaar.

Aan het einde van de Olmstraat, op het kruispunt met de Stationsstraat zetelde vroeger de Vierschaar van de Heerlijkheid van Huise. Oorspronkelijk was het een 'groene' Vierschaar, wat betekende dat ze buiten zetelde. Later gebeurde dit in de herberg De Vierschaar die op de plaats stond van de huidige telecomzaak. De veroordeelden of 'ballingen' werden weggestuurd langs 'de Ballingstraat' (nu de Oscar Verschuerestraat).


de verdwenen herberg 'De Vierschaere', op de hoek van de Olmstraat (links) en de Stationsstraat