de Gavergids

BEZIENSWAARDIGHEDEN

Goed te Beaulieu

Het van oorsprong Frankische Goed te Beaulieu, gelegen aan de Leie, op het einde van de Sint-Jansstraat, speelde een belangrijke rol in de ontstaansgeschiedenis van Beveren-Leie. Sinds eind 2012 is het officieel beschermd. De hoeve is privé-eigendom maar de Waregemse Gidsenkring leidt er u graag rond.

Patrick MEURIS


samengestelde panoramafoto van het Goed te Beaulieu (Klik op de afbeelding voor een grotere foto.)

Historiek

De site van het Goed te Beaulieu dateert uit de 5de-6de eeuw, toen Frankische inwijkelingen zich vestigden aan de Leie. Typisch voor een Frankische nederzetting is de achtvormige omwalling, rond het opper- en het neerhof, die nog duidelijk te herkennen is in de weiden rond de hoeve. Het huidige gebouwenbestand daterend vermoedelijk uit de 18de en de 19de eeuw.

De eerste historische bron over het Goed te Beaulieu is een oorkonde van 964, die de schenking van gronden vermeldt uit ca. 950 door de Vlaamse graaf Arnulf aan de Gentse Sint-Pietersabdij. Die schenking omvatte onder meer de nederzetting "Beverna cum ecclesia" ('Beveren met kerk') of het domein van het latere goed "te Beaulieu".

De hofstede bevindt zich op het foncier van de Beverse dorpsheerlijkheid Beaulieu, een onderleen van het Munkenhof en een achterleen van de Sint-Pietersheerlijkheid. De eigenaars van het Goed te Beaulieu zijn tevens heer van Beveren, aangezien de kerk binnen hun domein staat.

In de 13de eeuw is Boudewijn van Beveren, ridder en leenman van de Gentse Sint-Pietersabdij, heer van Beveren. Vermoedelijk woont hij woont zelf niet meer op het hof. Boudewijn van Beveren overlijdt tussen 1260 en 1264 en laat Beaulieu na aan zijn dochter Agnes, die op haar beurt de hoeve nalaat aan haar zoon Jan van Beaulieu.

Bij het overlijden van Oste III van Steenhuuse in 1382, erft zijn dochter Elisabeth het goed "te Beaulieu". Elisabeth is getrouwd met Geraard van Gistel. Iets later, in 1396 wordt het "Goed te Beaulieu" beschreven als de kern van de gelijknamige heerlijkheid.

Het denombrement van 1474, op naam van Felix van Ghistel, wijst erop dat het goed van oudsher een pachtgoed is. In 1492 erft Jan V van Brugge het goed en de heerlijkheid Beaulieu van zijn vader, Lodewijk van Brugge. De familie blijft eigenaar tot circa 1594. In dat jaar is Pieter de Hont pachter en baljuw van de heerlijkheid Beaulieu.

In 1594 is Katarina van Brugge, vrouwe van Gruuthuuse, genoodzaakt haar bezittingen publiekelijk te verkopen om schulden in te lossen. Beaulieu wordt hierbij verkocht aan Maximilien d’Oignies, graaf van Beaurepaire.

In 1609 is een kleindochter van Katarina van Brugge in het bezit van het goed. In 1616 wordt het goed verkocht aan de zoon van de vroegere pachter, Michiel Neerijnc, heer van Beveren van 1618 tot 1656. Hij verkoopt het later door aan de adellijke familie Goubau, die eigenaar blijft tot het begin van de 18de eeuw. Het denombrement van 1656 vermeldt een "woonhuys, stallen ende schueren, ommewaetert ...".

De Figuratieve kaart van de Sint-Pietersheerlijkheid, opgemaakt door de Desselgemse landmeter Joseph de Coster in 1764, geeft een omwalde hoeve weer bestaande uit een poortgebouw, twee boerenhuizen, een schuur, stallingen, het bakhuis en een wagenhuis of overdekte mestvaalt op het erf. Het tweede boerenhuis is volgens documenten een 18de-eeuwse vervanging van het oorspronkelijke (thans verdwenen) boerenhuis. De tweede, kleinere omwalling aan de zuidoostzijde verwijst nog op de oorspronkelijke structuur van mote en neerhof. Volgens het landboek van Beveren bij Harelbeke, opgemaakt door J.B. Bouin in 1768, is het goed in 1768 eigendom van jonkvrouw Barbara Françoise Goubau. Op de Kabinetskaart van de Oostenrijkse Nederlanden, samengesteld onder leiding van Graaf de Ferraris (1770-1778) is de hofstede aangeduid als "Cense de Beaulieu".

De laatste dorpsheer, Petrus-Philippus Brouckhoven, getrouwd met een dochter Goubau, verkoopt het goed in 1804 aan Franciscus Basijn, stoker-brouwer te Harelbeke. Rond 1834 is het goed eigendom van Louis Basijn en worden de gebouwen bewoond door Francis Terryn. Op het kadasterplan van die periode zijn het poortgebouw en het wagenhuis of de overdekte mestvaalt op het erf verdwenen en zijn de schuur en de stallingen met elkaar verbonden. Het oude, noordelijk gelegen boerenhuis is in gebruik als stalling. Dezelfde situatie is te zien op de Atlas der Buurtwegen (1844).

In 1863 wordt het Goed te Beaulieu aangekocht door Jozef Danneel uit Kortrijk. Bij zijn overlijden komt het in handen van zijn dochter Angeline, getrouwd met Emile Goethals. In de periode 1877-1884 is het goed nog steeds eigendom van de familie Danneel. Dit is een overzicht van de eigenaars en pachters door de eeuwen heen.

periodeeigenaarpachter
tot 950graaf Arnolf-
950St.-Pietersabdij Gent-
13de eeuwBoudewijn van Beveren
Agnes van Beveren
Jan van Beaulieu
-
1382Oste van Steenhuuse
Geraard van Gistel x Elisabeth van Steenhuuse
-
1474Felix van Ghistel-
1492Lodewijk van Brugge
Jan V van Brugge
-
tot 1594Katarina van BruggePieter de Hont
1594Maximilien d'Oignies, graaf van Beaurepaire-
1609kleindochter van Katarina van BruggeMichiel Neerijnc
1616Michiel Neerijnc-
1656familie Goubau-
tot 1804Petrus-Philippus Brouckhoven x jonkvrouw Goubau-
1804Franciscus Basijn-
1834Louis BasijnFrancis Terryn
1863Jozef Danneel
Emile Goethals x Angeline Danneel
-
tot 1884familie Danneel-

Het oude boerenhuis wordt omstreeks 1896 afgebroken en vervangen door een nieuwe paarden- en varkensstal met wagenhuis (niet geregistreerd in het kadaster). Bij de bouw van het wagenhuis wordt er gebruik gemaakt van hout uit de oude woning; in één van de moerbalken is het jaartal 1896 gekerfd door timmerman Arthur Kerkhove: "ARTHUR / KERKHOVE / BVR / 1896".

Het 18de-eeuwse boerenhuis wordt in de loop van de 19de eeuw aan de zuidoost- en zuidwestzijde uitgebreid, wat nog te zien is in de topgevels. In de 19de eeuw liggen er 80 bakken voor het roten van vlas langs de Leie op de gronden van het goed.

In 1920 wordt de strobedekking op het dak van de schuur vervangen. In hetzelfde jaar wordt de koestal vernieuwd ter vervanging van een kleinere stal.


het Goed te Beaulieu in de 19de eeuw, met achtvormige wal (Etienne Ducatteeuw, Bevers Schetsboek)

Beschrijving

Het Goed te Beaulieu is een hoeve met losse bestanddelen rond een grotendeels verhard erf. De achtvormige omwalling is vandaag grotendeels gedempt. Een klein gedeelte is bewaard gebleven aan de noordzijde. Het ijzeren hek tussen twee vierkante betonpijlers wordt geflankeerd door twee bomen.

Het 18de-eeuwse boerenhuis van zeven traveeën ligt aan de zuidoostzijde van het erf. Het is een verankerde baksteenbouw onder een pannen zadeldak. De muren zijn witgeschilderde, de plint zwartgepekt. Aan de erfzijde heeft het dak een dakkapel met laadluik, en op de nok een klokkenstoel. Aan de achterzijde is het dakvlak uitgelengd. Er is een houten kroonlijst op klossen aan de erfzijde. Twee traveeën links liggen boven de 'voute' (opkamer) en hebben een getralied keldervenster in de achtergevel. De oostelijke zijgevel is versterkt met vlechtingen en twee zware steunberen. De licht getoogde, beluikte vensters hebben nog hun origineel houtwerk.

Palend aan het boerenhuis, tegen de westelijke zijgevel, ligt een iets lager stalvolume onder een lessenaarsdak. De 19de-eeuwse stallingen aan de oostzijde van het erf bestaan uit een verankerde baksteenbouw onder een overkragend pannen zadeldak met dakkapel aan de erfzijde. De erfgevel heeft getoogde openingen en een rechthoekige poort.

De dwarsschuur met wagenhuis aan de noordoostzijde van het erf is een baksteenbouw onder een leien zadeldak. Ze heeft een centrale dwarsdoorrit met links het wagenhuis, met in de erfgevel een rechthoekige poort en een bovenliggend laadluik.

De stallingen en het wagenhuis aan de noordwestzijde van het erf bestaan uit een verankerde baksteenbouw onder overkragende, pannen zadeldaken. De stallingen hebben getoogde openingen en een dakkapel met laadluik aan de erfzijde. Het hoger opgetrokken wagenhuis heeft een opengewerkte erfgevel.

Het 18de-eeuwse, tweeledige bakhuis aan de westzijde van het erf is in bouwvallige staat. Het is eveneens een verankerde baksteenbouw onder een pannen zadeldak. De voorpuntgevel heeft aangepaste openingen en een laadluik in de geveltop. Er is ook nog een open hangar op de hoek met het jaagpad.


het Goed te Beaulieu gezien vanaf de Zavelput

Bronnen

  • inventaris.onroerenderfgoed.be > Waregem > Beveren-Leie > Sint-Jansstraat
  • Coorevits, Sandrin & De Clercq, Ellen, Vensters op het Verleden, Erfgoedwandelingen in Beveren-Leie, Desselgem en Sint-Eloois-Vijve, 2008, p. 17.
  • Debrouwere, Michel & Ducatteeuw, Etienne, Bevers schetsboek, Beveren-Leie, 1982, p. 97-104.
  • Debrouwere, Michel & Ducatteeuw, Etienne, 'Toponymische wandelingen door Beveren-Leie', in: De Gaverstreke, jg. 11, 1983, p. 442-447.
  • Despriet, Philippe, 'Het goed te Beaulieu in Beveren', in: 20 zuidwestvlaamse hoeven, Kortrijk, 1978, p. 37-45.
  • Vanwalleghem Aagje & Creyf Silvie, Inventaris van het bouwkundig erfgoed, Provincie West-Vlaanderen, Gemeente Waregem met deelgemeenten Sint-Eloois-Vijve, Desselgem en Beveren-Leie, Bouwen door de eeuwen heen in Vlaanderen, WVL45, 2010, onuitgegeven werkdocument.