de Gavergids 1994 nr. 1

BEZIENSWAARDIGHEDEN

De Sint-Martinuskerk van Desselgem

De Desselgemse parochiekerk, met de opvallende boogvormige zijramen, begon haar geschiedenis als kleine lemen kapel vlakbij het Munkenhof, verhuisde in de 12de eeuw naar de huidige standplaats, en kreeg in de 20ste eeuw bijna een neo-classicistische facelift. Een beknopte kroniek.

Robert DOBBELAERE

Het begin van de geschiedenis van de kerk van Desselgem gaat terug tot 954, nadat de Franse koning Lotharius de schenkingen bevestigde die graaf Arnulf de Grote aan de Gentse Sint-Pietersabdij had gedaan. Hiertoe behoorde o.a. "Thrasselingehim cum ecclesia" ('Desselgem met kerk'). Meer over de oorkonde vindt u in het artikel "De Schenkingsakte van Arnulf de Grote" verder in dit nummer.

Bodemvondsten bij de rechttrekking van de Leie hebben bewezen dat de eerste kerk niet op de huidige plaats stond, maar op het kouterhoofd ten zuiden van de hofstede het Munkenhof.

Vermoedelijk werd in de loop van de twaalfde eeuw een nieuwe kerk gebouwd, nabij de plaats waar de Grote Heerweg van Kortrijk naar Gent de weg kruiste die de Meierie met het Munkenhof verbond. Het duurde echter tot de vijftiende eeuw voor het kerkje een toren had.

In de jaren 1579-80 kwamen de Gentse Calvinisten voorbij op weg naar Kortrijk, en verwoestten alle kerken die ze onderweg tegenkwamen. De vernieling van de Sint-Martinuskerk gebeurde zeer grondig en het duurde menige jaren om alles terug op te bouwen. De verwoeste toren werd pas zo'n 150 jaar later terug toegevoegd.

In het jaar 1620 werd door de Kortrijkse landmeter Lowijs de Bersacques een figuratieve kaart van Desselgem getekend waarop o.a. de kerk staat afgebeeld. De tekening toont dat de toren was afgebroken en vervangen door een groot kruis.


het kruiskerkje met kruis op de viering (1620)

Wanneer we echter de tekening van Vaast du Plouich uit 1641 bekijken, merken we dat het een tweebeukige hallenkerk is geworden. Uit het begin van de 19de eeuw is een tekening van Serafijn Vermote bewaard, die het gebouw laat zien met duidelijke gotische spitsboogramen (zie voorpagina).


het tweebeukige hallenkerkje (1641)

Dit toont dat de kerk van Desselgem grondig verbouwd werd tussen 1620 en 1820. In de archieven werd tot op heden niets teruggevonden over deze belangrijke werken.

In de achttiende eeuw werd begonnen met het afbreken van de westelijke voorgevel om plaats te maken voor de toren. Het resultaat was zeker geen architectonisch bouwwerk om poŽtisch te bezingen. Daarvoor bestond de kerk uit te veel onderdelen. Het oude romaanse schip, met naar het oosten toe de zestiende-eeuwse kooruitbreiding, werd op zijn noordkant geflankeerd door een zeventiende-eeuwse zijbeuk, terwijl tegen zijn westgevel nu een mager torentje gedrumd stond, dat hier en daar wat barokke trekken vertoonde. Hieraan stoorden de Desselgemnaars zich niet: ze hadden weer een toren, net als alle dorpen uit de buurt en er weerklonk klokgelui uit de hoge galmgaten.

Maar alles vergde voortdurend herstellingen en onderhoud en de zorgen werden zo groot dat men in 1790 dacht aan het volledig afbreken van de kerk.

De romaanse hoofdbeuk begaf het in het jaar 1840 en de kerk werd volledig herbouwd met uitzondering van de toren. De bouw van deze kerk kostte 52.710 frank, de kosten werden gedeeltelijk gedekt door giften, o.a. 20.000 frank van de juffrouwen Verhaeghe van het Munkenhof.

Het was pastoor Vuylsteke die de rol van bouwpastoor op zijn schouders kreeg. In 1851 werd hij opgevolgd door pastoor Nisse. Het mooiste stuk waar deze pastoor voor gezorgd heeft is ongetwijfeld de preekstoel.

Het was professor Geefs die dit kunstwerk uit 'pitch-pine' en eik realiseerde, met behulp van de jonge Desselgemnaar Desirť Ysebaert. Deze jongen had beslist bijzondere aanleg voor beeldhouwkunst, want hij kon van 1852 tot 1859 met staatssteun studeren aan de Koninklijke Academie te Antwerpen. Daar kreeg hij les van professor Geefs en zodoende mocht de jonge Ysebaert meehelpen aan dit meesterwerk in de dorpskerk.

In 1870 kreeg de kerk een allermerkwaardigst orgel. Het kwam uit de Augustijnerabdij van Zonnebeke, en werd in 1680 vervaardigd door de befaamde orgelbouwer Van Belle uit Ieper, in opdracht van abt Jacobus Piers wiens naam bovenaan het orgel prijkt. Het mooie oude orgel staat er nog steeds, het enige in zijn soort in Vlaanderen. Het is jammergenoeg sinds jaren niet meer bespeelbaar en is nu een kerkornament geworden. Maar daar zal binnenkort verandering in komen. Onder impuls van de Desselgemse Orgelstichting is men namelijk begonnen aan de restauratie van dit unieke orgel. Binnen afzienbare tijd zullen we opnieuw zijn rijke klanken kunnen beluisteren.


het gerestaureerde Van Belle-orgel

In 1878 werd een nieuwe klok in de toren gehesen. Ze droeg de afbeelding van de twaalf apostelen met een Christus aan het kruis en een Sint-Martinus te paard.

Bij het oorlogsgeweld van de Eerste Wereldoorlog werd voor 13.452 frank schade toegebracht aan de kerk. De herstellingen duurden tot eind 1920. De toenmalige pastoor De Simpel ging verder met de opsmuk van zijn kerk en liet tien heiligenbeelden plaatsen, die later door pastoor Van Gheluwe zouden verwijderd worden. Tussen de twee oorlogen werden tal van prachtige glasramen aangebracht, maar ook tijdens de oorlogsjaren 1940-45 kreeg de kerk opnieuw de volle lading. De grote klok werd door de Duitsers meegenomen, maar werd enkele maanden na de capitulatie teruggevonden in Duitsland en door Amerikaanse soldaten gratis teruggeplaatst.

Een devotienis in de kerk, ingewerkt in de zijmuur, is toegewijd aan Sint-Antonius, tweede patroonheilige van de parochie. Deze heilige wordt gediend voor de genezing van het wild of Sint-Antoniusvuur (gordelroos), tegen ziekte en sterfte onder het vee en voor het "wellukken van de vruchten der aarde".

In de kerk hangt ook een doek genaamd "Onze-Lieve-Vrouw met Kind". Dit werk is van de hand van Felix De Ruyck, stichter van Waregem Koerse. De Ruyck was niet enkel een liefhebber van paardesport, maar ook en vooral een groot kunstliefhebber. Het schilderij werd door de kunstenaar geschonken in 1846 ter gelegenheid van de inwijding van de kerk.


de markt van Desselgem rond 1900

Tot slot nog deze perspectieftekening, die gebaseerd is op anonieme ontwerpen die zich bevinden in het Desselgemse parochie-archief, en waarschijnlijk dateren uit het midden van deze eeuw. Het plan toont een volledig nieuwe, neo-classicistische voorgevel voor het kerkgebouw. De nieuwe toren zou 36 meter hoog worden (ruim 8 meter hoger), met onderaan een doopkapel. Van deze plannen zijn geen officiŽle stukken in het gemeente-archief terug te vinden. Het zullen wellicht vrijblijvende schetsen geweest zijn. De ontwerper gaf ze als titel: "Vergrotingswerken aan de kerk te Desselgem - Voorafgaande plans". Het is misschien boeiend voor de Desselgemnaars te weten dat hun kerk er ook zo had kunnen uitzien ...


20ste eeuws voorstel voor uitbreiding en verfraaiing van de kerk

Bron

Etienne Ducatteeuw & Michel Debrouwere, 'Tien eeuwen in en om de kerk van Desselgem', in: 8ste Jaarboek van de Geschied- en Heemkundige Kring De Gaverstreke, 1980, p. 155-338.